We hebben 3.834 volledige IQ-tests bekeken die tussen 15 april en 6 oktober 2026 op THEIQTESTS.COM zijn gemaakt, door mensen in 134 landen. Drie patronen springen eruit. Wie de 25 vragen in minder dan drie minuten afraffelt, scoort gemiddeld zo'n 17 punten lager dan wie er drie tot vijf minuten over doet. Ruimtelijk inzicht is het domein waarop mensen het vaakst de fout in gaan (58% goed, tegen 77% bij geheugen). En 's middags liggen de scores net iets hoger. Alle cijfers zijn geaggregeerd; er staan geen individuele uitslagen in.
Belangrijkste bevindingen
- Haasten kost punten. Wie in minder dan 3 minuten klaar was, scoorde gemiddeld 99,6. Wie er 3 tot 5 minuten over deed, kwam gemiddeld op 117,1: een verschil van 17,5 punten.
- Drie tot acht minuten werkt het best. Bijna de helft van alle deelnemers (1.824 van de 3.834, oftewel 48%) was binnen die tijd klaar, en die groep scoorde het hoogst. De mediane tijd was 7 minuten en 58 seconden.
- Ruimtelijk inzicht is het zwakste punt. Over 3.810 tests beantwoordden mensen 58,4% van de ruimtelijke vragen goed, tegen 63,6% bij logisch redeneren, 69,2% bij verbaal vermogen, 74,4% bij patroonherkenning en 76,9% bij geheugen.
- 's Middags heb je een klein voordeel. Bij 2.968 tests uit landen met één tijdzone scoorde wie tussen 13 en 16 uur plaatselijke tijd de test deed gemiddeld 116,4, tegen 113,3 tussen 5 en 8 uur 's ochtends. Het verschil is klein, maar past bij wat onderzoek naar alertheid over de dag laat zien.
- Zaterdag is de beste dag, nét. Tests op zaterdag kwamen gemiddeld uit op 115,9; alle doordeweekse dagen lagen tussen 114,1 en 114,4.
- Wie online een IQ-test doet, is geen willekeurige steekproef. De gemiddelde score was 114,5, niet 100. Een op de zeven deelnemers (13,3%) scoorde 130 of hoger; slechts 1,5% scoorde onder de 85. Mensen die zelf online een IQ-test opzoeken, hebben gemiddeld meer vertrouwen in hun kunnen dan de bevolking als geheel.
- Nederland volgt hetzelfde patroon. De 150 tests uit Nederland kwamen gemiddeld uit op 112,1, met een mediane tijd van 7 minuten en 27 seconden. Ook hier was ruimtelijk inzicht het lastigst (54,2% goed) en geheugen het makkelijkst (77,2%). Zie Nederland apart bekeken.
1. Tempo: drie tot acht minuten werkt het best
De standaard IQ-test van THEIQTESTS.COM heeft 25 vragen. In de onderzoeksperiode werkte de test met een tijdbank: je begon met 45 seconden, elk antwoord leverde 45 seconden extra op, tijd die je niet gebruikte schoof door, en de test stopte zodra de bank leeg was. Binnen die bank bepaalde je zelf je tempo. Daardoor kunnen we zien hoe de tijd die iemand neemt samenhangt met de score. Sinds 18 oktober 2026 heeft elke vraag een eigen klok van 45 seconden; de cijfers op deze pagina komen allemaal uit de periode met de tijdbank.
De 117 mensen die binnen drie minuten klaar waren, hadden 41% van de vragen goed. Puur gokken bij vragen met vier antwoordopties levert ongeveer 25% op. Ze klikten dus niet zomaar wat aan, maar echt goed lezen deden ze ook niet. Hun gemiddelde van 99,6 zegt meer over hun geduld dan over hun intelligentie. Vanaf drie minuten verandert het beeld volledig: 3–5 minuten kwam gemiddeld uit op 117,1, 5–8 minuten op 115,4 en 8–12 minuten op 114,1.
Dat de scores na vijf minuten langzaam dalen, verdient een tweede blik. Langer nadenken maakt je niet slechter. Waarschijnlijker is dat wie de vragen moeilijk vindt er meer tijd voor neemt, en wie ze makkelijk vindt sneller door de test gaat.
In de Engelse versie van dit onderzoek staat ook een groep van 43 tests met een geregistreerde tijd van meer dan 20 minuten (gemiddeld 109,5). Op 9 oktober schreven we dat we nog uitzochten hoe die tijden konden ontstaan, want de tijdbank stopte uiterlijk na 18¾ minuut (45 seconden plus 45 seconden voor elk van de eerste 24 antwoorden). Dat weten we nu. De tijd die we vastleggen is kloktijd, van de eerste vraag tot het laatste antwoord. De tijdbank stond in die periode stil op de voortgangsschermen die tijdens de test verschijnen, en een browser kan een timer vertragen in een tabblad dat op de achtergrond draait. Wie de test even liet liggen, kreeg dus een lange geregistreerde tijd zonder langer over de vragen te doen. Daarom laten we die groep in deze grafiek weg: hij zegt iets over pauzes, niet over tempo.
De praktische les voor wie straks een IQ-test doet: lees elke vraag goed, maar blijf niet hangen. Bij een test van 25 vragen liggen de meeste sterke scores tussen drie en tien minuten. Wil je weten wat een korte test wel en niet over je zegt, lees dan ook wat een test van tien minuten wel en niet vertelt.
2. Ruimtelijk inzicht is het moeilijkste domein
Elke test bevat vijf vragen in elk van vijf domeinen. Als je per domein kijkt hoeveel vragen mensen goed hadden, ontstaat een duidelijke rangorde. Ruimtelijk inzicht was in zes van de zeven maanden van het onderzoek het domein met de laagste score, en geheugen was in alle zeven maanden het hoogst.
Ruimtelijke vragen werden in 58,4% van de gevallen goed beantwoord. Die vragen zijn in woorden beschreven, niet getekend: welk lichaam krijg je als je een taartpunt oprolt tot de twee rechte randen tegen elkaar liggen, hoe ziet een tetraëder eruit als je er recht van bovenaf op kijkt (28% had die goed), of hoeveel symmetrieassen heeft een vierkant? Geheugenvragen zaten aan de andere kant van het spectrum, met 76,9%. Logisch redeneren staat met 63,6% op de een na laatste plaats.
Waarschijnlijk spelen twee dingen mee. Ruimtelijke opgaven lijken het minst op wat mensen in het dagelijks leven of op school oefenen, waar taal en geheugen voortdurend aan bod komen. En een ruimtelijke vraag zonder plaatje vraagt je om eerst in je hoofd een beeld op te bouwen uit alleen woorden, voordat je er überhaupt over kunt gaan redeneren. Eind augustus 2026 is de vragenbank vernieuwd; daarna steeg het percentage goede antwoorden op ruimtelijke vragen van midden vijftig naar midden zestig, maar het domein bleef onderaan of vlak daarbij. Het totale verschil tussen het makkelijkste en het moeilijkste domein (18 procentpunten) is veel te groot om toeval te zijn.
Wil je dit domein trainen, dan vind je oefenvragen met uitleg op ruimtelijk inzicht oefenen.
3. Tijdstip: een klein voordeel in de middag
Bij 2.968 tests konden we het tijdstip betrouwbaar omrekenen naar de plaatselijke tijd van de deelnemer: in landen met één tijdzone, zoals Nederland, Spanje, Indonesië en Japan. Verdeeld over zes dagdelen is het patroon bescheiden, maar zichtbaar.
Tests in de vroege ochtend (5–8 uur, 146 tests) kwamen gemiddeld uit op 113,3, tests in de middag (13–16 uur, 692 tests) op 116,4. 's Avonds zakte het gemiddelde weer naar 114,2. Een verschil van drie punten is klein, ongeveer een vijfde standaarddeviatie, en de vroege-ochtendgroep is de kleinste in de steekproef. We zouden er dus geen agenda omheen bouwen. Het past wel bij wat slaaponderzoekers vinden over alertheid gedurende de dag: een dip na het wakker worden, een piek in de vroege middag en een langzame daling richting de avond.
Tussen doordeweekse dagen en het weekend zat nog minder verschil. Zaterdag had het hoogste gemiddelde (115,9) en de werkdagen lagen allemaal binnen een derde punt van elkaar (114,1 tot 114,4). Heb je de keus, dan is zaterdagmiddag je beste moment, met de kleinst mogelijke marge; maandag om 7 uur 's ochtends is je minst gunstige.
4. Wie doet online een IQ-test?
De 3.834 tests kwamen uit 134 landen; de grootste groepen uit China, de Verenigde Staten, Spanje, Indonesië, Nederland, Polen en India. De gemiddelde score was 114,5, ruim boven de 100 waar de schaal om draait. Dat betekent niet dat internetgebruikers bijzonder slim zijn. Er spelen twee dingen mee. Het eerste is hoe de schaal in elkaar zit: de score wordt met een vaste formule berekend uit de goede antwoorden, gewogen naar moeilijkheid, en is niet genormeerd op een representatieve steekproef. Er is dus geen reden waarom een groep precies op 100 zou uitkomen. Het tweede is wie ervoor kiest een test te doen: mensen die verwachten goed te scoren, mensen die zich voorbereiden op een Mensa-toelatingstest of een assessment voor een baan, en mensen die gewoon van puzzels houden. Een op de zeven deelnemers scoorde 130 of hoger; op de normaalverdeling uit het leerboek (gemiddelde 100, standaarddeviatie 15) zou dat ongeveer een op de 44 zijn.
Dat is het belangrijkste voorbehoud bij elk cijfer op deze pagina. Niets hiervan is een landelijk of bevolkingscijfer. Het beschrijft enkele duizenden mensen die zelf kozen voor een gratis online test, en zo moet je het ook lezen. Wat het gemiddelde IQ in Nederland wél is, en waarom dat per definitie rond de 100 ligt, lees je in het gemiddelde IQ in Nederland. Hoe je een score zelf leest, staat in IQ-score uitgelegd.
5. Nederland apart bekeken
Van de 3.834 tests kwamen er 150 uit Nederland (op basis van het land van de internetverbinding); 116 daarvan werden in het Nederlands gemaakt, de rest in een andere taal. Dat is genoeg om de belangrijkste cijfers apart te tonen, maar te weinig om verder in te zoomen. Onze ondergrens is 100 tests per cijfer, dus splitsen we de Nederlandse tests niet verder op naar tempo, tijdstip of dag. De tabel zet de Nederlandse cijfers naast die van alle deelnemers, over dezelfde periode en met dezelfde berekening.
| Uit de onderzoeksperiode (15 apr – 6 okt 2026) | Nederland | Alle deelnemers |
|---|---|---|
| Aantal voltooide tests | 150 | 3.834 |
| Gemiddelde score | 112,1 | 114,5 |
| Mediane score | 112 | 115 |
| Score van 130 of hoger | 9,3% (14) | 13,3% |
| Score onder de 85 | 2,0% (3) | 1,5% |
| Mediane tijd voor 25 vragen | 7 min 27 s | 7 min 58 s |
| Klaar binnen 3 tot 8 minuten | 52,7% (79) | 47,6% (1.824) |
| Klaar binnen 3 minuten | 5,3% (8) | 3,1% (117) |
Nederlandse deelnemers scoorden gemiddeld 2,4 punten lager dan de hele groep. Dat klinkt als iets, maar bij 150 tests is de standaardfout van het gemiddelde ongeveer 1,2 punt (15 gedeeld door de wortel van 150). Het verschil is dus zo'n twee standaardfouten: klein, en net zo goed te verklaren door wie er in Nederland toevallig een test deed als door iets anders. Zeker geen uitspraak over "het Nederlandse IQ". Hoe dat landelijke gemiddelde in elkaar zit en waarom het per definitie rond de 100 ligt, lees je in het gemiddelde IQ in Nederland. Wat wel opvalt: Nederlanders waren iets sneller klaar (mediaan een halve minuut eerder) en vaker binnen de drie tot acht minuten die in het hele onderzoek het best uitpakten.
De rangorde van de domeinen is in Nederland precies dezelfde als in het hele onderzoek: ruimtelijk inzicht onderaan (54,2% goed), dan logisch redeneren (61,1%), verbaal vermogen (70,1%), patroonherkenning (73,8%) en geheugen bovenaan (77,2%). Op ruimtelijke vragen lag het Nederlandse percentage 4,6 procentpunten onder dat van alle deelnemers; op verbaal vermogen en geheugen was er nauwelijks verschil. Met 144 tests is ook dat ruimtelijke verschil te klein om er een conclusie aan te verbinden. De hoofdbevinding staat wel overeind: ook in Nederland is ruimtelijk inzicht het domein waarop mensen het vaakst de fout in gaan.
Methode en beperkingen
- Steekproef: elke voltooide standaard IQ-test op THEIQTESTS.COM tussen 15 april en 6 oktober 2026 met een geregistreerde duur (3.834 tests). De andere tests op de site (in de stijl van WAIS, Stanford-Binet en Mensa, en de CHC- en MoCA-achtige screenings, samen nog eens 3.170 voltooide tests) zijn buiten beschouwing gelaten, zodat alle scores uit dezelfde 25 vragen komen.
- Score: de test geeft een score op een schaal met een gemiddelde van 100 en een standaarddeviatie van 15. De score wordt met een vaste formule berekend uit de goede antwoorden, gewogen naar moeilijkheid, en is niet genormeerd op een representatieve steekproef. Het is een online test die je zelf afneemt, geen klinisch afgenomen instrument, en de scores zijn niet uitwisselbaar met een IQ-onderzoek door een professional. Meer over wat een online test wel en niet kan, lees je in hoe betrouwbaar is een online IQ-test?
- Domeinen: 3.810 tests hadden een volledige uitsplitsing per domein (vijf vragen per domein). De overige 24 waren oudere sessies zonder die uitsplitsing.
- Tijdstip: de plaatselijke tijd is afgeleid uit het land van de internetverbinding, voor 51 landen met één tijdzone (met zomertijd waar die gold). Landen met meerdere tijdzones, zoals de Verenigde Staten, Brazilië, Rusland en Australië, zijn alleen voor deze analyse weggelaten.
- Tijdsgroepen: tests met een geregistreerde tijd van minder dan 60 seconden zijn als onvolledig weggelaten uit de analyses per domein en per tijdstip; in de tempografiek tellen ze mee in de groep "minder dan 3 minuten". De geregistreerde tijd is kloktijd van de eerste vraag tot het laatste antwoord, inclusief de voortgangsschermen. De 43 tests van meer dan 20 minuten staan niet in de Nederlandse tempografiek, omdat die tijd voor een deel buiten de vragen om is besteed.
- Correctie, 20 oktober 2026: de groep van 8 tot 12 minuten telde 1.306 tests; dat moeten er 1.307 zijn. Eén test uit de laatste minuut van de onderzoeksperiode ontbrak in de tempografiek, ook in de Engelse versie. Er verandert geen gemiddelde en geen conclusie. Bij een hertelling bleken de groepen van 12 tot 20 minuten (543) en meer dan 20 minuten (43) wel te kloppen.
- Privacy: alle cijfers zijn totalen en gemiddelden. Er zijn geen namen, e-mailadressen of individuele scores bekeken of gepubliceerd. Land is het enige geografische gegeven, en we publiceren geen ranglijst van landen, omdat de aantallen per land klein en zelfgeselecteerd zijn. Nederland tonen we apart omdat dit de Nederlandse versie van het onderzoek is en er genoeg tests zijn (150); een uitsnede met minder dan 100 tests publiceren we niet.
- Nederland: een test telt als Nederlands als de internetverbinding uit Nederland kwam, ongeacht de taal waarin de test werd gemaakt. De domeinvergelijking gebruikt alleen tests met precies vijf vragen per domein (144 uit Nederland, 3.766 in totaal).
- Statistische noot: bij een standaarddeviatie van ongeveer 15 is de standaardfout van een groepsgemiddelde ruwweg 15 gedeeld door de wortel van de groepsgrootte: zo'n 0,6 punt voor de grootste groepen en 1,4 punt voor de groep onder de drie minuten. De verschillen in tempo en domein zijn vele malen groter dan dat; de verschillen per tijdstip twee tot drie keer.
Voor journalisten
Journalisten, docenten en onderzoekers mogen deze bevindingen vrij citeren en de grafieken hergebruiken, op voorwaarde dat je naar deze pagina verwijst als bron. Hieronder staan de vier grafieken als PNG, elk met een stukje code dat je zo in je artikel plakt, plus de methode in vijf regels.
Verder lezen: wat je IQ-score betekent, hoe betrouwbaar een online IQ-test is en de rest van de IQ-kennisbank.
Waar kom jij uit?
25 vragen. De test is gratis en je hebt geen account nodig om te beginnen. Zie waar je staat.
Doe de gratis IQ-test →